Deel je geloof

Deel vandaag je geloof.
Dat was de opdracht die vanmorgen in mijn mailbox verscheen. Een opdracht die mij al langere tijd bezig houdt, maar waarvan ik geen idee heb hoe ik die toe ga passen.
Want hoe deel je geloof als je soms –te vaak- niet meer weet wat je eigenlijk nog gelooft. Als waarheden minder waar blijken te zijn als je dacht. Als de stellig gezette punten veranderen in twijfelachtige vraagtekens. Als “vaste grond van mijn behoud” ineens lijkt te veranderen in drijfzand.
Waar stopt het.
Of.. moet ik zeggen: waar begin ik?
Hier.
Nu.
Kwetsbaar en eerlijk

Nu wij door zo’n menigte geloofsgetuigen omringd zijn,
moeten ook wij de last van de zonde,
waarin we steeds weer verstrikt raken,
van ons afwerpen en vastberaden de wedstrijd lopen die voor ons ligt.

Ik voel me gezegend met een groep mensen om me heen, stuk voor stuk om me heen gezet, stuk voor stuk geloofsgetuigen. En door die mensen kwam ik erachter: ik sta niet alleen, ik hoef niet alleen die wedstrijd te lopen. Zij omringen mij, houden mij op de been, omdat ze leven uit geloof en overtuiging. De één bidt, de ander biedt een kop koffie of een maaltijd, weer iemand zorgt dat er regelmatig een appje komt of stuurt een bemoediging.
Dat is geloof delen. Er zijn voor de ander. Het leven delen, in goed dagen, maar ook als er geleden wordt. Samen lachen, dansen, huilen en schreeuwen.
Maar het stopt niet bij delen. Paulus heeft het over geloofsgetuigen, mensen die ons voor zijn gegaan. Waar we weet van hebben, hun verhalen hebben gehoord. Verhalen die een indruk hebben achtergelaten, opgeslagen in het hart, gekoesterd, herinnerd.
En ik denk dat daar een opdracht ligt, voor mij, voor jou. De verhalen delen, zodat ze herinnerd kunnen worden, in ons gedachten opgeslagen, als een koestering voor het hart. Zodat we terug kunnen grijpen op die momenten, zoals de Israëlieten vroeger een steen omhoog geheven naar de hemel neerzette: tot hier heeft U mij geleidt, hier, een plek van herdenken, van Uw goede werken. Als vertrouwen, rotsvaste zekerheid: U leidt mij.
Is dat ook niet Jezus’ opdracht bij het laatste Avondmaal: doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken. 20170515_155821
Gedenken. Het gedeelde leven van Jezus. Om de gedachtenis levend te houden. Getuigen van Zijn goedheid. Zodat we samen sterk staan. Samen de strijd aankunnen. En samen de wedloop lopen, in de wetenschap dat je niet alleen loopt. Dat we samen met de handen geheven lopen, want we weten dat de overwinning al binnen is!
Lieve broer, lieve zus, welke steen zet jij neer? Wil jij jouw verhaal, jouw leven delen, zodat we als geloofsgetuigen om elkaar heen komen te staan? We hebben het zo nodig!

En toen ik deze woorden opgeschreven had las ik in het nieuwe boek van Ann Voskamp deze woorden:

‘Leef nooit voor het einde van de strijd, of de wedloop. Het gaat erom hoe je “intussen” leeft. Tijdens die strijd moet je niet vergeten dat mensen meer geven om wat je met ze deelt dan om wat je ooit tegen ze zegt.’

Vrijheid – blijheid {Exodus}

Vrijheid – blijheid
Ze klinken vaak in één adem en lijken zo natuurlijk aan elkaar verbonden: waar vrijheid is, is blijheid. Maar het deed mij afgelopen week naar adem happen. Want vrijheid betekent niet automatisch blijheid. Het is niet zo natuurlijk als het lijkt. Ja, misschien even wel, even die opluchting van bevrijding, maar dan komt de tijd na de bevrijding.

Het volk Israël was zojuist door de Rietzee gegaan. Zij hadden het gered en dat was reden voor een uitbundig feest! De Rietzee had hun achtervolgers overspoelt, een grens getrokken, afstand gecreëerd. Nu zijn ze veilig, op naar het beloofde land.

Maar toen begon het pas, drie dagen liepen ze door de woestijn zonder water, ze moesten strijden tegen een ander volk en vertrouwen dat ze elke dag genoeg te eten kregen. Het duurde niet lang of ze begonnen terug te verlangen naar hun oude situatie. Daar wisten ze waar ze aan toe waren. Nou ja, zo ongeveer. Het was natuurlijk geen pretje, maar alles beter dan deze wantoestand in de woestijn.

Misschien heb jij de stap gezet uit een situatie, gewoonte of omgeving. Vertrouwend dat dit was wat je moest doen. En nu loop je daar, in de woestijn, en begin je terug te verlangen naar het oude. Hoezo staat vrijheid gelijk aan blijheid? Ik weet het niet, waar ben ik aan begonnen? Ik weet dat het oude niet oké is, maar hier voel ik mij ook niet op mijn gemak mee. Wat moet ik doen?

Op die dag zal men tegen {jouw naam} zeggen:
‘Wees niet! Laat de moed niet zinken!’
De Heer, je God, zal in je midden zijn, hij is de held die je bevrijdt.
Hij zal vol blijdschap zijn, verheugd over jou,
in zijn liefde zal hij zwijgen,
in zijn vreugde zal hij over je jubelen.
{Sefanja 3:16-17}

 Toen ik afgelopen zondag een preek luisterde werd het mij duidelijk dat ik midden in een bevrijdingsproces zit. Ergens wist ik dit wel, maar ik had het nodig om het weer te horen. Want bevrijding is niet één stap en dan ben je er, het vraagt elke keer weer om een keuze. Soms zijn die keuzes eenvoudig: adem in en adem uit, en soms hebben ze meer om handen: breek ermee!

In- en uitademen is mij een poosje goed af gegaan. Maar nu ben ik op een punt aanbeland dat het vraagt om te breken, afdoen van het oude leven, ont-wikkelen, zodat ik het nieuwe leven aan kan trekken. En dat is niet zo eenvoudig. Want ik weet: Jezus heeft ook voor mij aan het kruis geleden en uitgeroepen: ‘Het is volbracht’. Alleen is mijn leven zo ingesteld op dat ‘slavenbestaan’, dat ze moeite heeft om zich daaraan over te geven.

En daar heeft het volk Israël ook last van en ze klagen steen en been bij Mozes. Tot op een dag Mozes vanaf de berg Sinaï geroepen wordt tot God. God geeft Mozes een boodschap mee voor het volk. Daarin herinnert God het volk hoe Zijn machtige hand hen heeft bevrijdt. En Hij zegt:

“Als je mijn woorden ter harte neemt en je aan het verbond met mij houdt, zul je een kostbaar bezit voor mij zijn, kostbaarder dan alle andere volken.
Een koninkrijk van priesters zul je zijn, een heilig volk.”

Het volk reageert daarop met: “We zullen alles doen wat de Heer heeft gezegd.”
Ze krijgen de opdracht om zich te reinigen, vandaag en morgen en op de derde dag zal de Heer voor de ogen van het hele volk neerdalen op de berg. God komt dicht bij zijn volk, om hen een belangrijke les mee te geven: Zijn Tien woorden van liefde.

Ik vind dit zo’n wonderlijke ontdekking. Deze tien woorden zijn er niet om bevrijding te krijgen, dat als je er aan voldoet dat je dan bevrijd wordt.  Nee, bevrijding is er al, het is gegarandeerd! God heeft jou en mij bevrijdt, maar weet ook dat we nog gebonden zijn in ons hoofd en hart. Hij geeft het volk deze regels als geleiders, vangrails, kaders. Om ze te begeleiden op weg naar het Beloofde Land, op weg naar volkomen vrijheid. Daar waar vrijheid gelijk zal staan aan blijheid.

Jezus is voor jou en mij aan het kruis gestorven en na drie dagen opgestaan uit de dood. Hij heeft het slavenbestaan voor ons afgelegd. Hij draagt ons op lief te hebben. Wat heb jij nodig om lief te hebben? Let It Happen // United Pursuit: Jezelf, en je naaste? Met deze vraag ben ik afgelopen week bezig geweest, ik schreef Gods beloften op én schrijf een paar regels voor mezelf op, als geleiders, kaders, om als bevrijd mens te leren leven. Om van de vrijheid te genieten, in blijheid God te danken. Lees de tekst uit Sefanja nog eens.. Voel je de aanmoediging? God juicht, jubelt je toe: Ga mijn kind! Maak je schoon, laat los en leef!

 

 

Drie keer {Johannes 21}

De adrenaline giert door het lichaam, nodig om te overleven, om staande te blijven in de mengeling van emoties. Uitbundige vreugde, afgewisseld met angst, verdriet en boosheid.
Het gaat allemaal door het hoofd van Petrus als hij naar zijn boot gaat. Hoe kon het gebeuren, hoe kon het gebeuren? Hoe kon het zo omslaan, van vurige zekerheid naar donkere twijfel. Hij was altijd dicht bij Jezus en toch kreeg hij het drie keer over zijn lippen: ‘Nee hoor, hem ken ik niet.’ Ja, natuurlijk was Petrus doodsbang om hetzelfde te eindigen als Jezus, maar hoe kon het gebeuren? Hoe kon hij hem op dat moment in de steek laten?
Hij stapt in zijn boot en een paar van zijn vrienden gaan mee de zee op. Ze doen wat ze gewend zijn om te doen: vissen. Ze gooien hun netten uit, maar het lijkt wel of de vissen verdwenen zijn. Alles wat eerder normaal leek te zijn is niet meer normaal. Vermoeid en verward kijken de mannen naar het water, totdat een man op het strand naar hun roept om eens aan de andere kant van het schip te proberen. Ze doen het, want wat hebben ze nog te verliezen?! En warempel: de netten raken overvol met vis, zo vol dat ze zelfs moeilijk te verslepen zijn. Ineens valt het kwartje bij één van de vrienden: ‘Het is Jezus!’ Opnieuw bedenkt Petrus zich niet, en springt het water in om snel naar Jezus te gaan.
Als alle vrienden op het strand zijn, met de netten vol vis, heeft Jezus al wat vis gebakken op een vuurtje en wat brood klaar. Ze eten met elkaar en zwijgen in de wetenschap dat ze met Jezus zijn.
Na een tijdje gaan Jezus en Petrus een stukje wandelen op het strand. Jezus heeft een vraag voor Petrus: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief, meer dan de anderen hier?’ ‘Ja Heer, u weet dat ik van u houd’, is het antwoord van Petrus. En opnieuw stelt Jezus Petrus dezelfde vraag, tot derde keer Petrus verdrietig wordt en zegt: ‘Heer, u weet alles, u weet toch dat ik van u houd.’

Ik heb nooit zoveel op gehad met Petrus. Misschien was het door de manier waarop hij neergezet werd in Bijbelverhalen en preken, maar ergens stoorde ik me aan hem. Totdat ik er achter kwam dat ik misschien wel wat op Petrus lijk. Het vurige en het grote enthousiasme dat Petrus drijft, zijn nieuwsgierigheid en intense verlangen. Ik herken het. En misschien doet het daarom des te meer pijn als ik Johannes 21 lees, als ik hoor hoe Jezus drie keer dezelfde vraag stelt aan Petrus. Een vraag die Jezus net zo goed aan mij stelt:
Broer/zus, houd je van me?
Broer/zus, houd je van me?
Broer/zus, houd je van me?
foto van Elize Kok.Het is niet zo dat Jezus het drie keer vraagt om dat Hij dit graag hoort over zichzelf, dat iemand van Hem houdt. Ook niet om Petrus bewust verdriet te doen. De derde keer dat Petrus deze vraag hoort gebeurd er iets met hem, er welt verdriet in hem op. Ik voel mijn hart samentrekken bij deze derde vraag. Het maakt Petrus, en mij, bewust. Het gaat Jezus niet om het eerste antwoord, dat was er eentje van het verstand, die er rap uit vliegt. Bij het derde antwoord spreekt het hart van Petrus. Hij weet zich gekend door zijn Heer: ‘Heer, u weet alles! U weet toch dat ik van u houd.’ En dat is het moment waarop Petrus klaar is om Jezus te volgen.
De les die Jezus mij hier leert is dat Hij mij die vraag niet zomaar drie keer stelt. Het is nodig om tot de kern te komen. Ik geloof dat het dan ook goed is dat verhalen vertelt worden, liefst meerdere keren. Waarom? Omdat er keer een moment komt dat het hart gaat spreken en je klaar bent om te volgen. Dat zal niet zonder tranen en pijn gaan, maar het zal de moeite waard zijn!

Woestijn

Stilte
Wachten
Anders dan ik me voorgesteld had. Ik dacht dat met de keuze de verandering er ook direct zou zijn. Of in ieder geval niet al te lang daarna. Alsof je een schakelaar omzet. Het ene moment is het donker, en knip: er is licht.
Maar het is anders. Het voelt als dolen. Zoeken, maar niet vinden. Ruim twee jaar verder en nog steeds op dezelfde plek.
Of toch….

leven.png
Het triggerde me gisteren tijdens een wandeling met een vriendin. Haar oog viel op iets groens in een zandvlakte. Een groen bloempje had haar weg gevonden tussen de talloze zandkorrels.
En terwijl we verder liepen viel ons oog op meer en meer van die bloempjes.
Groei tussen zandkorrels. Leven in de woestenij.
Het is mogelijk.

Ik associeer leven in een woestijn niet met de woorden ‘fijn’ en ‘prettig’. Ik zie het volk Israël voor me. Veertig jaar liepen zij door de woestijn. Regelmatig klagend om de omstandigheden. Ik denk aan Hagar die uit wanhoop haar toevlucht zocht in woestijn, om de dood op te wachten. De profeet, volgens mij Elia, die zich verlaten voelde in de woestijn. Beiden kregen te maken met de verzoekingen en verschrikkingen van de woestijn.
En toch.. Toch groeiden zij in de woestijn. Ze riepen tot God, haalde Zijn beloftes aan. En hun roepen werd gehoord. Daar in de vlakte van dood en dorheid. Daar ontvingen ze een hernieuwd leven.

De keuze van verandering heeft mij een woestijn-ervaring gegeven, en nog steeds. Wachten, hopen, aanroepen, uitschreeuwen én stilte. Soms voelt het doelloos en eindeloos. Het voelt als de zaterdag tussen Goede Vrijdag en Pasen. Herinneringen van beloftes schieten door mijn hoofd, weten dat het komt, maar niet weten wanneer het komt. Geduld hebben en vertrouwen.
En hoewel ik er elke dag wel een keer tegenaan bots, heb ik het ook leren omarmen. Gisteren besefte ik: er is leven mogelijk! Jezus lag in het graf, maar vanuit het graf gaf Hij perspectief van leven.
Jong groen kan opschieten tussen de zandkorrels omdat het vruchtbare grond heeft. Het zand bepaalt niet, het is de worteling die doet groeien.
Leven in afwachting heeft zin, zolang je geworteld blijft in Hem. Het van Hem verwacht. Christus heeft de langgekoesterde belofte aan Israël vervuld. Hij leeft. En Hij zal jouw en mijn woestijn tot vruchtbare grond maken.

Zo zal het blijven totdat van boven
een geest over ons wordt uitgegoten.
Dan zal de woestijn een boomgaard worden,
een boomgaard die is als een woud.
Het recht zal zich vestigen in de woestijn,
gerechtigheid wonen in de boomgaard.
Dan zal de gerechtigheid vrede stichten,
ze brengt rust en vertrouwen voor altijd.
Mijn volk zal wonen in een oase van vrede,
een veilige woonplaats,
een oord van ongestoorde rust.
{Jesaja 32:16-18}

Pleidooi voor de lofzang {Matteüs 26}

Een tijdje geleden begon er een blog te borrelen toen een lang geleden geleerde psalm door mijn hoofd schoot tijdens mijn maandagochtend te wandelen. Maar, ik kon het niet. Mijn hart klopte er gepassioneerd over, maar mijn verstand zei nee en mijn vingers weigerden te tikken. Totdat. Zondagmiddag de preek raakte aan het onderwerp wat borrelde in mijn hart.

’t Is goed de HEER te loven,
zijn dag zij Hem gewijd.
O hoogste majesteit,
mijn psalm stijgt op naar boven.
Uw goedheid zij geprezen
vroeg in de morgenstond,
des nachts bezingt mijn mond
uw trouw aan mij bewezen.
{Psalm 92 vers 1, berijmd}

Eén eenvoudige zin in de Bijbel. Tussenzin. Bijzin. Vergeten en verloren. Pak je Bijbel er eens bij en zoek Matteüs 26 op en begin te lezen bij vers 17 en stop bij vers 30. Gelezen? Weet je nog wat er in die laatste zin stond? Nee? Ik ook niet. Lees maar mee:

Nadat ze de lofzang hadden gezongen, vertrokken ze naar de Olijfberg.

Jezus vierde met zijn leerlingen het Pesach. Dit jaar een b
eladen feest. De spanning is duidelijk voelbaar. Jezus weet wat er komen gaat. En ik geloof dat de leerlingen zo langzamerhand wel een naar onderbuikgevoel hebben.
Voor het Pesachfeest was er een vaste routine. Na het zegengebed nam men van het brood en na het dankgebed dronk men uit de beker. Aan het einde van de maaltijd stonden alle mannen op om de lofzang te zingen. Heel gewoon en heel gebruikelijk.
Maar, kijk even mee waar deze zin over de lofzang staat.
Jezus heeft net duidelijk gemaakt dat hij zal verraden geworden door een leerling, een vriend, iemand waarmee hij intensief mee heeft samengeleefd.
Jezus weet ook wat er hem te wachten staat: één voor één zullen zijn leerlingen en vrienden hem afvallen. Hij zal alleen komen te staan. Allen uiteengedreven door angst. Te midden van die verlatenheid is het Jezus die de lofzang aanheft:

Zoals een Vader liefdevol zijn armen slaat om zijn kind omringt ons met erbarmen.
{psalm 103:5 berijmd}

Hoe dan Jezus? Hoe kun je zingen als je verlaten wordt, niet alleen door je vrienden, maar ook door je eigen Vader? Je had het toch over kunnen slaan? Deze avond niet, mensen, de stemming is er niet voor om een lofzang aan te heffen. En toch.. Toch zingt
Jezus.

Ik vind het een enorm statement wat Jezus hier maakt. Op welk dieptepunt Jezus ook is: Hij heft de lofzang aan. God is te prijzen, hoe diep het leven ook gaat. Lees de psalmen eens. Die gaan niet alleen over de mooie kanten van het leven, de ellende is soms voelbaar én toch lukt het de dichter zijn vertrouwen op God te verwoorden. Psalm 92:4: En ik denk dat dat het krachtige is van loven. Het is én én. Je hart uitstorten voor God én Hem eer bewijzen.
Ik denk dat we het weer meer ge
wend moeten worden om te zingen, op elk moment. Meer aanbidding, meer lofzang. Want de kracht van muziek gaat diep.
Ik luister de laatste tijd veel muziek. Ik begin er ’s ochtends tijdens het ontbijt mee en door de dag heen luister ik het vaak ook en daarnaast speel ik gitaar. Het helpt me om tijdens diepe dalen mezelf te herinneren aan Gods trouw. Het helpt me om mijn hart bij Hem uit te storten én tot rust te komen.
Tussen de golven door een melodie, want God is te prijzen. En ja, ik weet het, dat is soms onwijs moeilijk te geloven. Weet je bemoedigd: als het jou niet lukt om te zingen, weet dan dat Jezus voor jou en ook met jou zingt.

 

Taste and see!

Ik plofte neer. Ergens spijt hebbend dat ik hier naartoe was gekomen. Ik had mezelf meegesleept, ergens vindend dat ik moest gaan, maar nu ik er zat vroeg ik mij meer en meer af wat ik hier deed. Ondertussen app’end met een vriendin die opperde: misschien kun je nog ongezien weggaan? Maar voordat ik mezelf daartoe kon overhalen plofte een zus naast me die gezellig begon te kletsen. En voordat ik het doorhad begon de kerkdienst.

Het orgel begon te spelen en psalm 95 vers 1 verscheen op de beamer:
Komt, laat ons juichen voor de HEER,
een lofzang zingen, Hem ter eer,
met snarenspel Hem blij begroeten.
Wij prijzen Hem die redding biedt,
de rots van heil, in psalm en lied.
Wij willen juichend Hem ontmoeten.

Ik zong mee en ondertussen galmde door mijn hoofd: ‘God, maar hoe dan? Hoe kan ik juichen als ik me overweldigd en moe voel.’ Vers 2 volgde, over de macht en grootheid van God, hoe hij boven alles staat en zelfs de diepste plek in de hand heeft. Ik voelde me klein worden terwijl vers 3 klonk: over God als herder, over Zijn stem en Zijn hand die mij leidt.
Ik keek naar voor in de kerk, daar stond een rij tafels met witte kleden bedekt en stoelen eromheen. Er zou vanmiddag Avondmaal gevierd worden, alleen wist ik niet of ik wel zou gaan. Zoveel vragen die onbeantwoord blijven, het lijkt soms een vicieuze cirkel waar ik blijf rond rennen. Toen ik dat eerder tegen een vriendin zei, zei zij: ‘Het is aan jou de vraag waar je die door gaat prikken.’ En ik antwoordde: ‘Misschien door juist wel aan het Avondmaal te gaan, ook al is mijn leven een puinhoop en voelt het niet goed.. God is still good.’
Het antwoord kwam toen de dominee ging bidden. De precieze woorden weet ik niet meer, maar hij zei iets in de richting van: ‘Heer doorbreek waar we in zitten/vast zitten. Bevrijd ons.’ Toen wist ik het zeker en ik rende nog net niet naar voren toen de oproep kwam om godmoves: “Taste and see that the Lord is good; blessed is the man who takes refuge in Him.” - Psalm 34:8: het Avondmaal te vieren. En terwijl ik daar zat klonk in mijn hoofd: God is goed. En ook dat haalde de dominee meerdere keren aan in het gebed aan de tafel. Ik proefde het brood, dronk de wijn en er kwam een soort van rust: ook al is mijn leven gevoelsmatig een puinhoop, gaat er van alles mis, blijft het maar stormen, God is goed! Ik moest denken aan een regel uit het lied ‘Letting go’ van Bethel Music:

Just when my hallelujah was tired
You gave me a new song

En terwijl ik terugliep naar mijn plek viel mijn oog op mijn buurvrouw. Opnieuw voelde ik Gods goedheid. Want als deze zus niet naast mij was gaan zitten, had ik dan nog wel in de kerk gezeten, was ik dan wel aan het Avondmaal gegaan?! Haar aanwezigheid had mij een stuk afleiding en rust gegeven. God had haar daar neergezet, zonder dat wij er allebei bewust van waren.

Lieve broer, lieve zus.. wat er soms ook gaande is in ons leven: God is daar. God is goed: Hij weet wat je nodig hebt en zal het je geven. Aan jou de vraag: zijn jouw handen open om te ontvangen en aan te pakken?

Glorie & grootheid {Johannes en Jesaja 61}

Tijdens mijn stille tijd lees ik al een tijdje uit Johannes. Een Bijbelboek met ontzettend veel wijsheden. Zo geschreven dat ik mij soms onderdeel waan van het verhaal.
Johannes beschrijft in het begin van zijn boek een heel aantal wonderen. Op een gegeven moment begon mij iets op te vallen. Een heel aantal keer noemt Jezus dat Hij het wonder doet ‘om de grootheid van God te openbaren’, of ‘tot zijn glorie’. Hoewel ik de wonderen stuk voor stuk bewonder, merkte ik ook een wrang gevoel. Hoezo een wonder om Gods grootheid te openbaren? Waarom zijn er zulke verschillelijke dingen als ziekte, verdriet, pijn en zelfs de dood nodig om Gods glorie te tonen? Is er niet een andere manier?

Ik geloof in een liefdevolle God, die zorgt voor zijn kinderen, te vertrouwen is. Ik geloof in een God die in lijden dichtbij is. Ik geloof in een God die gebrokenheid kan gebruiken in zijn meesterlijke plan. Ik geloof niet in een God die doelbewust mensen laat lijden zodat Hij grootgemaakt kan worden. Maar wat bedoelt Johannes (en in feite God) hier mee?
Ik moet mijzelf eerst op mijn plek zetten; ik leef in een gebroken wereld, niet in de wereld zoals God hem bedoelt en bedacht heeft. Twee mensen hadden de keuze, werden verleidt en de gebrokenheid was een feit. We hebben te dealen met die gebrokenheid, we zien het om ons heen, ziekte en verdriet. In de tijd van Johannes en Jezus was het niet anders. En ik sta voor de keuze: laat ik mij leiden (misschien wel lijden) door de gebrokenheid in mijn eigen leven? Of geloof ik dat God mijn situatie kan gebruiken. Blijf ik stilstaan bij de vraag waarom dit gebeurt. Of sta ik op, verklaar ik dat ik geloof dat God een God van wonderen is. Dat Hij mijn situatie kan én wil gebruiken, dat niks God in de weg zal staan in het volmaken van Zijn plan.
Ik zie een beeld voor me van een routebeschrijving met een rechte lijn van het begin naar het eind. Mijn leven verloopt alles behalve dan een rechte lijn, ik maak omzwervingen jesaja 61door keuzes van mijzelf en anderen. De ene keer wijk ik meer van de lijn af dan de andere keer en toch weerhoudt dat God niet om mij weer terug op die rechte lijn te krijgen. Ja, soms is het nodig om mijn leven totaal op zijn kop te zetten en soms is er een klein zetje nodig. In al die momenten wordt Gods glorie en grootheid zichtbaar: Hij houdt vast aan Zijn plan, heeft een hoopvolle toekomst voor ogen, wat er ook gebeurd.

Het is tijd om het kleed van de bevrijding aan te trekken en te zingen: You’re the God of miracles! Misschien lukt het je niet om nu te zingen, mag ik je dan vragen om elke dag dit nummer te luisteren? Er komt een moment dat je het mee zult kunnen zingen.

 

Als Jezus{Johannes 13}

Ik wil jou van harte dienen en als Christus voor je zijn.

Het is een tijd geleden dat ik dit lied voor het eerst hoorde in een kerkdienst. Ik kan het moment nog goed herinneren. Ik zat in de kerk bij een vriend en vriendin met hun drie dochters. En terwijl deze eerste regels van dit opwekkingslied door de kerk klonken, keek de vriend mij aan, onze ogen ontmoetten elkaar en hij fluisterde: ‘Deze is voor jou’.

Toen Jezus bij Simon Petrus kwam, zei hij:
‘U wilt toch niet mijn voeten wassen, Heer?’
Jezus antwoordde: ‘Wat ik doe, begrijp je nu nog niet, maar later zul je het wel begrijpen.’
‘O nee,’ zei Petrus, ‘míjn voeten zult u niet wassen, nooit!’
Maar toen zei Jezus:
‘Als ik ze niet mag wassen, kun je niet bij mij horen.’

De laatste woorden die Jezus hier uitspreekt galmen na, ze komen binnen. Want ik herken me in de reactie van Petrus. Waarschijnlijk zou ik gezegd hebben: ‘Doe niet zo raar, zet die kom snel terug, we gaan degene zoeken die dit moet doen. Ik laat mijn voeten écht niet wassen door jou.’
En zo draaide ik ook mijn ogen weg van die vriend, toen hij zei dat dit lied voor mij was. Ik wist dat hij het met zijn hart meende. Hij en zijn vrouw hadden dat ook vaak genoeg laten merken. De deur was altijd open. Ik kon vaak genoeg aanschuiven aan tafel. Mijn zorg ging hun aan het hart.
Maar ik vond het ongelooflijk moeilijk. Ik had geleerd om mijn eigen boontje te doppen en op de één of andere manier ging me dat niet zo makkelijk meer af. Ik was er altijd voor de ander, ik kon het moeilijk accepteren dat de rollen omgedraaid werden. Er was geen denken aan dat de ander mijn voeten zou wassen. En daarmee deed ik de deur van mijn hart dicht. Niet potdicht, genoeg om mijn tenen wel te laten wassen, maar de rest was niet bespreekbaar(of afwasbaar).

Het duurde even voordat ik het door kreeg, om eerlijk te zijn.. ik ben inmiddels twee jaar verder. Een tijdje geleden viel het kwartje: door mijn eigen houding hield ik Jezus buiten de deur. Ik draaide mij weg van zijn zorg en liefde. Ik liet de ander niet als Jezus voor mij zijn. Daarmee ontnam ik mijzelf om Jezus beter te leren kennen en ik ontnam de ander om als Jezus te zijn.
Beetje bij beetje leer ik om mijn hart open te stellen. Dat de ander als Christus voor mij mag zijn. En leer ik er ook van te genieten. Want is mooi en zo goed als mensen hun huis open zetten, hun tijd willen delen, samen willen bidden, lachen, huilen, het leven delen.

Misschien herken je dit. Vind jij het ook lastig om de hulp van de ander te vragen en te accepteren, het geeft niet. Je hebt er een goede reden voor. Maar vraag jezelf eens af of die reden nog redelijk is. Jezus’ liefde reikt tot het uiterste en Zijn liefde stroomt door de aderen van mensen heen. Kijk eens om je heen, zie de mensen, God heeft ze om je leven heen gezet. Ze willen je helpen, het is aan jou om ze te vragen.

Bid dat ik genade vind, dat jij het ook voor mij kunt zijn

Misschien wil jij juist de ander helpen, maar lukt het niet om binnen te komen. Bid dan voor die ander, om genade en liefde.
En dan komt er een dag dat dit beeld werkelijkheid zal worden, gearmd als broers en zussen!

Dan zal het volmaakte komen
als wij zingend voor Hem staan.
Als wij Christus’ weg van liefde
en van lijden zijn gegaan.

Ann Voskamp, bestselling author of #1000Gifts and the newly released #TheBrokenWay, shares with us how she dealt with her own brokenness in today’s NEW ARTICLE. Read it online under the FEATURES section at PropelWomen.org.:

Voorbij het wonder {Johannes 9}

Heb jij wel eens een wonder meegemaakt, gezien, misschien gevoeld? Betrof het jezelf, of misschien in je omgeving? Hoe reageerde jij hierop? Wat deed je? En wat deed het met jou?

Het waren vragen die afgelopen week door mijn hoofd schoten toen ik Johannes 9 las. Vol verbazing schreef ik het hoofdstuk over in mijn boekje van Johannes. Ik kende het verhaal, maar ik was meer dan ooit betrokken in het verhaal, verbouwereerd, met een vleugje boosheid en ook verdriet.
Een jongeman (schat ik in) is vanaf zijn geboorte blind. Er wordt gevraagd wiens schuld dit is, wie heeft er hier gezondigd? Jezus verwerpt deze vraag: ‘Niemand heeft gezondigd, maar door hem wordt het werk van God zichtbaar’. Hij geneest de jongen, hij kan zien! Wat een wonder!
Ik weet niet wat ik zou doen. Juichen, gillen, huilen, door de straten rennen om alles te kunnen zien.
Het blijft niet onopgemerkt door de omgeving , ze discussieren eerst onderling of het wel écht de jongen is die ze denken dat hij is. Als ze eruit zijn gaan ze naar hem toen en vragen wat er gebeurd is. De jongen vertelt precies wat er gebeurd is, hij heeft de aandacht van zijn omgeving en ze willen weten waar de man is die dit gedaan heeft. Maar zo geïnteresseerd zijn ze niet in de man die geneest, ze nemen de jongen mee naar de Farizeeën, want dit wonder mag dan wel gebeurd zijn, het is wel gebeurd op sabbat en dat schuurt.
Opnieuw mag de jongen zijn getuigenis afleggen en verklaart: ‘Die man is een profeet!’. Maar dat bevalt de Farizeeën niet, een profeet die dit zou doen op sabbat, nee, dat is tegen de regels en de orde. Ze halen de ouders erbij, maar door angst overmand zeggen zij: ‘Vraag het onze zoon, hij is oud genoeg om te spreken’.
De discussie gaat verder. De Farizeeën veroordelen de genezer als zondaar en zouden dit ook maar wat graag uit de mond van de jongen horen.
Het verhaal speelt zich voor mij af, de Farizeeën druk met oordelen, de jongen vol emotie van het wonder. Ik hoor de trilling in zijn stem als hij het wonder vat in woorden: ‘één ding weet ik wel: ‘ik was blind en nu kan ik zien!’
Ik stop met lezen, de woorden herhalen zich in mijn hoofd. De jongen weet één ding en voelt de waarde daarvan. Hij was blind, maar hé, hij kan nu zien! Jongens, kijk! Ik zie! Daar gaat het om! Niet om zonde, schuld, regels of orde. Kijk alsjeblieft naar mijn kant, en zíé! Zie het wonder! Zie Gods werk!

De afgelopen weken las ik in mijn Bijbels dagboek steeds over je blik richten op God. Wat er ook voorbij komt: richt je op Hem! Dit schoot mij bij dit verhaal door mijn hoofd. Om mij heen gebeuren er elke dag wonderen. Een tekst, een berichtje, een knuffel, een omarming, allemaal precies op het juiste moment. De lente die ik zie, hoor en proef in mijn wandelingen. Maar ik kan er aan voorbij gaan. God er niet in zien, omdat andere dingen mij bezig houden. En dat gebeurd en vaak genoeg schoot dan weer door mijn hoofd: Elies, blik gericht! Ik zie het misschien allemaal niet in perspectief, maar zie en kijk. Omarm die kleine momenten, tot ze één groot wonder vormen. En dan, zoals Jezus ook besluit, dan zal ik zien: ‘Dan zullen zij die niet zien, zien en zij die zien zullen blind worden’.
Neem de moeite om te zien, ook al is je blik troebel. Eens zul je zien, op die HEERlijke dag.
Neem de tijd om zien, ook al denk je het al gezien te hebben. Laat het niet zo zijn dat je hoogmoed je uiteindelijke blind maakt. Dat je voorbij het wonder gaat.

 

De les van de vogels {Job 6:14}

Ik stond op iemand te wachten op een marktplein, toen een schouwspel in de lucht mijn aandacht greep. Een zwerm vogels vloog over, het waren volgens mij ganzen. Ze vlogen in een mooi formatie, een ‘v’met een rimpel. Toch lukte het niet alle vogels om in de formatie te blijven vliegen en raakte er eentje los.
Nu heb ik jarenlang tien kilometer naar school gefietst, vaak fietsten we in groepen, zeker als het hard waaide. Soms had zo’n groep er een flink tempo in, als je dan loste van de groep kreeg je ineens een klap wind in je gezicht en stond je bijna stil. Dat was niet fijn, met een hele polder nog in het vooruitzicht.

Bij die zwerm vogels ging het anders. Terwijl ze daar zo door de lucht vlogen en er eentjeLuke 18:1  And he told them a parable to the effect that they ought always to pray and not lose heart.  James 5:16  Therefore confess your sins to one another and pray for one another that you may be healed. The prayer of a righteous person has great power as it is working.  Ephesians 6:18  praying at all times in the Spirit with all prayer and supplication. To that end keep alert with all perseverance making supplication for all the saints  Romans 8:26-28  Likewise the Spirit helps us in ou...: moest lossen, vormde zich al snel een nieuwe, kleine groep in formatie. Zo snel als die ene vogels los liet, zo snel waren er drie andere vogels om hem heen om hem op te pikken. En terwijl ze dat deden haakten ze weer aan bij de groep en waren ze weer één ‘v’, met een rimpel.
Het was zo’n fascinerend gezicht en het deed mij iets. Het leek alsof die ene vogels los was, smak wind in het gezicht. Maar voordat dat gebeurde waren er drie vogels om hem heen en vormden een schild die hem terug bracht bij de groep.
Is het ook niet de manier hoe we om elkaar heen mogen, misschien wel moeten, staan. Alert, én bereid om als eentje dreigt los te laten, op welke manier dan ook, om een schild om diegene te vormen, te beschermen en uit de wind te nemen.

Ik zocht een Bijbeltekst die bij dit verhaal hoorde en kwam uit bij Job. Job heeft wel de volle windvlaag in zijn gezicht gekregen. Zijn vrienden waren niet bereid. Job leert mij een waardevolle les. De les van de vogels. Het is kostbaar om er te zijn voor een vriend in nood. Daarmee help je niet alleen die vriend, je toont zelfs eerbied voor de Ontzagwekkende. Naastenliefde. Zo belangrijk. Niet alleen als het erop aankomt, altijd. Dat we weten dat we vliegen in die zwerm, veilig bij elkaar. En mocht het zo gebeuren dat je het tempo niet bij kan benen, dat zich een schild om je heen vormt van mede-vliegers. Niet alleen, maar samen komen we verder!

Wie zich bekommert om een vriend in nood
toont zijn eerbied voor de Ontzagwekkende.
{Job 6:14}