Opkijken

Zin om even mee te doen met een experimentje? Tof!
Oké, zet je gezicht op stand neutraal. Gelukt? Mooi! Nu wil ik je vragen om met je ogen naar beneden te kijken. Als je dat doet, focus je op de spieren in je wangen en je mondhoeken. Gedaan? Oké, we gaan weer terug naar neutraal. Weer focus op je wangspieren en mondhoeken, en kijk omhoog. Wat gebeurd er?

 

Als het goed is heb je gemerkt dat als je naar beneden kijkt je mondhoeken ook naar beneden gaan en je een soort van sip gezicht krijgt. Kijk je omhoog dan krullen je mondhoeken ook omhoog en verschijnt er een glimlach op je gezicht.
Elke keer als jij omhoog kijkt registreren je hersenen een glimlach. De chemische reactie die ontstaat in je hersenen zorgt ervoor dat je blijer kunt voelen.
Gaaf hé?

Toen ik dat hoorde moest ik denken aan het verhaal dat ik schreef over rennen als een atleet die wint (hier te lezen: https://zievertelbeweeg.wordpress.com/2018/02/10/hoe-vaak/)Tijdens het rennen mogen wij onze blik gericht houden op de finish die voor ons ligt, in het vertrouwen dat de overwinning binnen is. Maar naast het vooruitkijken is er nog een manier van kijken die mega krachtig is: omhoog kijken. Opkijken naar de hemel, daar waar God de Vader is. Iedere keer als jij omhoog kijkt, registreert je brein een glimlach. Wonderlijk hè? Het omhoog kijken heeft voor mij ook nog een andere kant. Soms hef ik mijn ogen naar de hemel met een noodkreet: God, waar bent U? Doe toch alstublieft iets.. Maar toen ik dit ging combineren begon ik te beseffen dat terwijl ik mijn noodkreet uit God een sprankje hoop, misschien zelfs blijdschap in mijn hart plant. De oplossing is er niet, misschien zelfs ver weg. Maar doordat ik opkijk, doordat mijn hersenen dit registreren als een glimlach, kan ik verder omdat ik nieuwe kracht ontvang. En dus ga ik vaker opkijken, vaker mijn handen naar de hemel heffen. De ene keer uit dankbaarheid, een andere keer uit wanhoop op zoek naar hoop. Zing je mee met dit pelgrimslied?
Meer weten over dit experiment? Lees het hier: https://www.nbcnews.com/…/smiling-can-trick-your-brain-happ…
Advertenties

Veranderingen

Het is alweer een tijdje geleden dat ik tijdens een autorit het met iemand had over veranderingen. We hadden beide te maken met veranderingen, elk op onze eigen manier, maar liepen wel tegen hetzelfde aan: veranderingen gaan soms zo traag en veroorzaken de nodige moeiten. Wat soms super frustrerend is, want je wilt vaak zoveel sneller.

Ik moest tijdens dat gesprek, al kijkend over de weilanden die we passeerden, denken aan zaaien en oogsten. Als je een zaadje zaait heb je niet in een vingerknip het plantje dat je wilt hebben. Daar is tijd voor nodig, een hoop geduld én toewijding, in het vertrouwen dat je over een tijdje de vruchten kunt plukken.

Maar tot het zover is, is er een ander proces nodig. Eentje waar ik geen rekening mee had gehouden, eentje die zwaar tegenstrijdig klinkt als je het hebt over zaaien, groeien en oogsten. Het zorgde voor een groot vraagteken, nadenken en onderzoeken, totdat het principe begon te landen.

“Als u iets zaait, moet dat eerst sterven voordat het tot leven kan komen.” {1 Kor. 15}

Paulus, lieve man, waar heb je het over? Hoezo eerst sterven voordat het tot leven komen? Daarom zaai ik toch niet? Ik zaai om iets te laten groeien, bloeien, tot leven te komen. Zo’n zaadje dat je in de grond stopt, braaf begiet met water en waar na een tijdje teken van leven verschijnt boven de aarde: een groen stukje leven.
Ik snapte er niets van en dacht: misschien kan google uitkomst bieden. En zo werd de werking van de seizoenen mij onder de aandacht gebracht. Het begon te dagen: voordat er in de lente blaadjes verschijnen aan de takken, gaat er eerst een periode van aftakeling en zelfs –schijnbaar- niks aan vooraf. De natuur lijkt te sterven, het ziet er grauw en doods uit. Maar laat dit nou nodig zijn voor het nieuwe seizoen, om over een paar maanden uitbundig te kunnen bloeien.

Ik begon het te begrijpen, wat er met de seizoenen gebeurd is net zo nodig als met veranderingen. Je zaait iets, maar voordat dat kan groeien en bloeien moet er iets afsterven. En of je nu van iets goeds iets beters maakt, of afscheid neemt van minder goede gedachten, gewoontes e.d., het is een pijnlijk proces. Een tijd van rouw, waar tijd, geduld, ruimte, toewijding en troost nodig is.

En zeker als het gaat om zaadjes die niet zo mooi zijn, zaadjes die je misschien niet zelf in je leven gezaaid hebt, zaadjes die eigenlijk niet thuis horen in jouw tuin van bestaan, zeker dan heeft Paulus een hoopvolle boodschap:

“En wat u zaait heeft nog niet de vorm die het later krijgt; het is nog maar een naakte korrel, een graankorrel misschien of iets anders. God geeft daaraan de vorm die hij heeft vastgesteld, en hij geeft elke zaadkorrel zijn eigen vorm.”

Als zaadjes gezaaid zijn met onrecht, pijn en verdriet, het zal niet de uiteindelijke vorm

Positive quotes about strength, and motivational

zijn. En dan durf ik het aan om te schrijven dat uit verschrikkelijke dingen iets moois

 

kan komen. Juist omdat ik mijn tuin aan het omspitten ben, zaadjes tegenkom die meer kapot hebben gemaakt dan leven gebracht hebben, maar in dat alles steeds tot het besef kom dat God de opper Tuinman is. Hij bepaalt, Hij vormt en Hij weet wat er nodig is om jouw en mijn tuin tot een schitterende, bloeiende tuin te maken. Een tuin zoals Hij voor ogen heeft en niets Hem afleidt van Zijn ontwerp. Trust Him!

En dat is misschien waarom veranderingsprocessen tijd vergt, waardevolle tijd. Tijd om te rouwen wat je achter laat, om vrij de toekomst in te gaan.

 

De uitrusting

We weten nu hoe onze gevechtsuitrusting er uit ziet, die jou en mij beschermt in de strijd. Maar voor de “normale” dagen hebben we andere kleren nodig. Paulus beschrijft in Kolossenzen 3:12-17 kledingstukken waarmee wij onze mogen, moet, kleden, omdat we uitgekozen zijn door God. Lees de tekst rustig door, laat elk kledingstuk op je in werken. Alsof je in een pashokje staat en ze één voor één aantrekt. Mogelijk staat het ene kledingstuk je beter dan het andere, dat geeft niet. Bekijk ze en bedenk waarom je iets wel of niet staat en schrijf dat op.

kledingstuk: staat me wel/niet, waarom?
innig medeleven
goedheid
bescheidenheid
zachtmoedigheid
geduld
vermogen om te verdragen
vergeving
vrede in je hart
dankbaarheid

 

Je hebt nu alle kledingstukken aangehad, kies er nu eentje uit die je misschien niet zo goed stond, die een beetje wringt, te klein is. Bedenk hoe je dat kledingstuk beter aan zou kunnen. Wat kun jij doen zodat je misschien geduldiger bent, vergeven je beter af gaat of meer bescheiden bent. Maak het voor jezelf haalbaar en ga er de komende tijd eens mee aan de slag. En laat deze tekst als bemoediging voor je zijn:

Love Sign Chalk Art Chalkboard Art Bible Verse Art by TheWhiteLime

 

Hij moet groter worden en ik kleiner {Johannes 3:30}

 

Nu denk je misschien: ze heeft er eentje –en wel een heel belangrijke – weggelaten! Dat heb ik bewust gedaan. Het is namelijk hét verbindende kledingstuk tussen jou en mij: de liefde. Jezus heeft ons met Zijn leven en sterven de ultieme pasvorm van liefde laten zien. Een pasvorm dat iedereen past en staat. Waarin we mooiere mensen worden, steeds meer gelijk aan onze Papa. Hoe ziet jouw liefdeskleed eruit? En hoe kunnen we elkaars liefdeskleed nog mooier maken?

Uitrusting

We hebben gelezen hoe we van slaven in de vrijheid mochten stappen. Maar die vrijheid eigen maken is niet zo gemakkelijk. Met een kroon op je hoofd lijk je wel een prins of prinses, maar dat betekent nog niet dat je een prins of prinses bént. Het vraagt om meer aankleding, uitstraling, dat mensen aan je kunnen zien dat je een prins of prinses van de Allerhoogste Koning bent.

Vandaag en morgen wil ik met jullie langs twee teksten gaan die twee uitrustingen laten zien van een prins/prinses van de Allerhoogste Koning. De eerste uitrusting staat in Efeziërs 6:10-18

In deze tekst gaat het over een gevechtsuitrusting. Ik weet niet welk gevoel er bij u/jou opkomt, maar ik word niet bepaald blij van de gedachte dat ik een gevechtsuitrusting nodig heb.

Naast de prachtige dagelijkse kleding van een prins/prinses is er nog een andere uitrusting nodig. Toch is het wel belangrijk én nodig. Want we zullen geestelijke strijd tegenkomen in ons leven en daar kunnen we ons maar beter op voorbereiden met de wapens die God ons geeft:

  • Gordel om de heupen waarheid

Deze gordel zorgde er bij de Israëlische soldaten voor dat ze zich makkelijker konden bewegen doordat de gordel of riem hun mantel omhoog hield.

Zolang jij de gordel van waarheid om je heen hebt kun jij je makkelijker bewegen.

  • Harnas om de borst gerechtigheid

Een harnas beschermt je bovenlichaam en laat op die plek nou het belangrijkste orgaan van de mens zitten: het hart. Het harnas zal je beschermen wanneer de duivel je aanklaagt, je probeert te laten geloven dat je verloren bent.

Houdt het harnas voor je hart, zorg dat je hart schoon en heel is en blijft.

  • Sandalen aan de voeten inzet voor het evangelie van de vrede

De schoenen van God sporen je aan om op weg te gaan in Zijn Koninkrijk. Zolang je in Zijn schoenen staat heb je een sterk en veilig fundament dat niet zal wankelen. Alleen, pas op dat je niet naast je schoenen gaat lopen.

  • Schild geloof

In oorlogstijd kan er van alles naar je toe geslingerd worden waardoor je moedeloos kunt worden. Hef het schild op, geloof dat God je redder is en alles wat op je af komt zal afketsen op dat schild, het zal je beschermen.

  • Helm verlossing

God weet dat ons hoofd overuren maakt als we aangevallen worden. We denken en bedenken van alles. Door Zijn helm te dragen, beschermen we ons met Zijn verlossing. We hoeven het niet zelf te bedenken, Hij heeft het bedacht én gebracht!

  • Zwaard de Geest à Gods woorden

Weet je nog hoe de duivel niet op kon tegen Jezus in de woestijn? Het kwam omdat Jezus de woorden van Zijn Vader door en door kende. Zijn woord heeft kracht. Zorg dat je ze kent en gelooft en het zal zo scherp zijn als een  zwaard.

 

Lied van bevrijding

Gisteren lazen we hoe David de reus versloeg en hoe Jezus ons de vrijheid geschonken heeft op Golgotha. Maar misschien worstel je, net als ik, met het eigen maken van die vrijheid. Lukt het je niet los te laten, heeft de reus nog steeds een plekje in je leven? Mag ik je dan uit nodigen deze opdracht met me te doen? Eerlijk gezegd: ik vind het spannend. Eerder vond ik dit soort opdrachten maar zweverig en suf, maar toen ik het vorige stukje schreef werd deze overdenking automatisch ook geschreven. Ga je samen met me mee? Hand in hand.

Ik wil je vragen om terug te denken aan de reus die er is in je leven, wat het met jou en je leven doet. Zodra je dat scherp hebt wil ik je vragen je Bijbel erbij te pakken en Sefanja 3:14-20 op te zoeken.

Lees het rustig en hardop, of je nu samen bent of alleen. En laat de woorden tot je door dringen.De HEER, je God, zal in je midden zijn, hij is de held die je bevrijdt. Hij zal vol blijdschap zijn, verheugd over jou, in zijn liefde zal hij zwijgen, in zijn vreugde zal hij over je jubelen. Sefanja 3:17  #God, #Liefde, #Vreugde  http://www.dagelijksebroodkruimels.nl/sefanja-3-17/

De woorden van Sefanja zijn geschreven in een tijd vol strijd. Het volk Israël kende steeds minder vrijheid, oorlog lag op de loer en angst regeerde in de harten van de mensen. En misschien regeert die angst ook wel in jouw hart, om de Goliath in jouw leven. Net als het volk hebben jij en ik deze hoopvolle woorden uit Sefanja nodig. En hoe mooi is het dat wij daar al een stukje van in vervulling hebben mogen zien gaan toen Jezus voor jou en mij aan het kruis stierf. Durf je het aan om af te rekenen met die reus, op weg te gaan naar Golgotha en het lied van bevrijding mee te zingen? Tof!

Sluit je ogen en neem de reus in je hand. Beeld je Golgotha in, de heuvel met het kruis. Loop er naar toe op jouw tempo. Als je het fijn vindt mag je neerknielen bij dit kruis. Het is tijd om de reus los te laten, leg het maar neer bij het kruis, geef het aan Jezus, je Held, je Bevrijder. Zie hoe je handen vrij zijn, vrij om de omhelzing van Zijn liefde te ontvangen. Hoor hoe Hij het liefdeslied vol vreugde en blijdschap over je zingt. Je bent vrij!

Doe-tip: om het nog beeldender te maken kun je een kruis neer zetten. Verzamel een aantal stenen of keien en schrijf daarop jouw reuzen. Breng ze bij het kruis, leg ze neer voor Jezus – en laat ze daar.

 

Slaaf van je reus

Lezen: 1 Samuël 17:1-11 en 41-50

Gisteren lazen we hoe Israël zijn vrijheid verloor door God te verwerpen en een koning te willen.

Dat ze zich van die vrijheid hebben beroofd, is zeker ook bekend bij de vijanden van Israël. De reus Goliath windt er geen doekjes om en galmt door het dal: “Ik ben een vrije Filistijn en jullie zijn maar slaven van Saul!”. Au, dit doet pijn. En de Israëlische soldaten gaan er gebukt onder, ze staan verschrikt van angst zodra ze de woorden van Goliath horen.

Vraagje: heb jij misschien ook zo’n reus als Goliath in je leven? Neem even de tijd om na te denken en wees eerlijk. Is er iets of iemand die net als Goliath in je oren zit te tetteren? Jou zit te vertellen dat je slaaf bent, gevangen, zonder vrijheid. Misschien is het een gedachte over jezelf, iets wat iemand tegen je gezegd heeft of iets wat je maar niet kan laten om te doen. En misschien heb je geen idee wat je ermee aan moet om er vanaf te komen.

Laat je niet ontmoedigen door wat er nu misschien naar boven komt. Misschien voel je je verdrietig, word je boos of komt er een gevoel van schaamte omhoog. In het midden van al die gevoelens mogen we ons laten bemoedigen door het geloof van David. In 1 Samuël 17 spreekt David meerdere keren over ‘de levende God’. David weet dat zijn God een God van aanwezigheid, van leven is. En met dat geloof stapt David op de reus af en spreekt deze woorden:What’s a nine foot tall Goliath to a star-forming God? – Louie Giglio #RooftopMissions

Dan zal iedereen hier beseffen dat de HEER geen zwaard of lans nodig heeft om te overwinnen, want hij is degene die de uitslag van de strijd bepaalt.

Zelfs al hoor je de dreigende, zware voetstappen van je reus op je af komen, je mag weten: God is het die de uitslag bepaalt. Kijk naar het kruis, hoe de liefde sijpelt langs het hout, hoe de woorden klinken in de donkere nacht: ‘Het is volbracht’. Hij heeft de reus in je leven allang de genadestoot gegeven, Hij heeft hem voor jou overwonnen. In Zijn naam hebben we de vrijheid terug.

En misschien denk je: Ja, maar hoe dan. Ik voel het niet en merk er zo weinig van. Herkenbaar. Het is niet iets wat met een vingerknip geregeld is. Het besef is de eerste stap en ik bid dat de overdenking van morgen je een stapje verder mag brengen.

De eerste koning

Samen met een aantal gemeenteleden hebben we voor de 40 dagen tijd een boekje gemaakt met overdenkingen. Deze week worden mijn overdenkingen gelezen en deze wil ik ook graag met jullie delen! Ik heb mij laten inspireren door het verhaal van David en Goliath en hoe Jezus voor ons de overwinning binnen heeft gehaald. Ik bid dat het jou ook mag inspireren!

Lezen: 1 Samuël 8

Het volk is het zat, ze willen een koning. Een koning die hun écht bestuurt. Net als de buurlanden, die ook een koning hebben. Ze zijn het zat om bestolen te worden door de zonen van Samuël en als ze een koning krijgen dán komt alles goed! Dan zal het hen beter vergaan, denken ze. En zo gaan de oudsten van Israël naar Samuël.

Maar Samuël is niet direct enthousiast over de vraag. Het doet hem pijn. En hij richt zich in gebed tot God. En God geeft hem het volgende antwoord:

‘Geeft gehoor aan de stem van het volk, aan alles wat ze je vragen. Jou verwerpen ze niet. Ze verwerpen juist mij als hun koning. Zo is het altijd gegaan, vanaf de dag dat ik en uit Egypte heb geleid tot nu toe. Ze hebben mij de rug toegekeerd.’Not ‘my’ Father but ‘ours’. Not my name being honoured but God’s. Not ‘our kingdoms’ but God’s kingdom! Not ‘our will’ but God’s will being done. Not elsewhere in Heaven but here on earth!

Ze verwerpen de Koning van vrede en vrijheid. Maar het volk lijkt er geen erg in te hebben. Zelfs als Samuël de rechten voorleest die horen bij een koning, blijven ze bij hun eis. Ze willen een koning van vlees en bloed, net als de andere volken. En zo geven ze hun vrijheid op.

Het besef komt pas als het volk bij elkaar is om het koningschap te bevestigen. Daar spreekt Samuël het volk toe, hij wijst hun op de bevrijding uit Egypte van hun voorouders, op het feit dat Samuël nooit iets van het volk geëist heeft en tot slot roept hij hun op getuige te zijn van een volgend wonder. Onweer en regen als teken dat God het hele idee ontoelaatbaar vindt. Pas dan begrijpt het volk wat ze gedaan hebben, dat ze gezondigd hebben tegen God. Ze vragen Samuël te bidden en Samuël spreekt hun toe met troostvolle woorden:

Ook al hebt u gezondigd, u hoeft niet bang te zijn zolang u de Heer maar trouw blijft en hem met heel uw hart toegedaan bent. Dwaal niet af om achter iets aan te lopen dat niets oplevert en niet bevrijdt omdat het niets is. Ter wille van zijn grote naam zal de Heer zijn volk immers niet in de steek laten, want hij heeft zelf besloten om u tot zijn volk te maken.  (1 Sam. 12:20-22)

  • Wat is de grote valkuil van het volk in dit verhaal? Hoe komt het dat ze de machtige God aan de kant kunnen zetten?
  • Is die valkuil herkenbaar? Wil je ook wat anderen hebben? Hoe kun je zorgen dat je daar niet intrapt? Beter gezegd: hoe blijf jij met heel je hart op God gericht?

Hoe vaak?

Het was alsof de woorden die ik las recht op mij afgevuurd werden Het werd nog indringender toen ze heel persoonlijk tot mij gericht werden: ‘Lieve dochter, hoe vaak wil je Mijn Zoon aan het kruis spijkeren?’

Ik geloof dat wij allemaal tijden kennen dat we in een situatie zitten waarin alleen een wonder uitkomst lijkt te bieden. We roepen het uit naar de hemel en smeken God om dat wonder. We vragen ons af: ‘Hoelang, o God, laat U mij wachten? Doe toch iets! (en stilletjes klinkt er achteraan: het liefst nu)’.
Het is ook mijn stil gebed geweest het afgelopen jaar, maar na verloop van tijd werd het geloof in het, in een antwoord steeds minder en stopte ik met vragen, met bidden. Ik kon het niet meer opbrengen. Wachten is soms keihard werken.

Tot afgelopen week. Ik ben opnieuw begonnen met het lezen uit mijn Bijbel. Eén raakte me. Zo’n zinnetje waar je makkelijk over heen kan lezen.
‘Ren als een atleet die wint.’
Ik begreep niet zo goed waarom het mij zo raakte en wat ik ermee aan moest. In eerste instantie werd ik een beetje kribbig. Dus ik moet rennen alsof ik ga winnen terwijl ik mij verslagen, kapot en gebroken voel. Ik heb gebeden om herstel van kracht en energie, maar ik ben moe en op en nu moet ik ook nog eens gaan doen alsof de winst al binnen is? Terwijl de race nog lang niet over is? Frustratie en boosheid welden op: Hoe dan?

Het antwoord kwam uit de afgevuurde vraag van hierboven. ‘Hoe vaak sla je mij nog aan het kruis? Wanneer ga je geloven en beseffen dat die ene keer meer dan genoeg is? Dat Ik de overwinning voor jou en voor altijd behaald heb. Dat vechten niet meer nodig is. Dat het klaar is. Volbracht. Zegenvierend voor altijd.’
Deze waarheid is zo mega raak dat mijn hart bonst terwijl ik dit opschrijf. Ik weet dat de worsteling hiermee niet over is. Maar wel dat het perspectief veranderd is. Mijn ogen zien gericht op de God die het onmogelijke doet, die het wonder al heeft verricht. Die ervoor zorgt dat ik kan rennen als een atleet die weet dat de winst binnen is. Ook al verschijnen er metershoge muren, obstakels, vijanden, gevaar. Of bekruipt het gevoel van angst, onmacht en wanhoop. Het enige wat ik hoef te doen is op te kijken, te kijken naar mijn God die doet wat Hij belooft. In vertrouwen dat ik samen sterk sta en dat de overwinning binnen is.b6ae4075f00d311a20012257fe8140cd

Stilte

Ik had niet gedacht dat een verhaal dat ik al zo vaak gehoord had me zo kon raken. Al vijfentwintig jaar hoor ik het blijde nieuws van Kerst, heb ik het een aantal keer mogen vertellen aan kinderen en heb ik het zelf gelezen in de Bijbel. En toch, werd ik diep geraakt door een gedeelte uit het verhaal. Het was een kort zinnetje in een andere overdenking die even mij door elkaar schudde, zo van: ‘Elize, heb hier aandacht voor!’.

De engel verschijnt aan Zacharias en vertelt hem ongelooflijk nieuws. Hij en zijn vrouw, beide op leeftijd, zullen een zoon krijgen. Hun lang gekoesterde wens gaat in vervulling, sterker nog: op dit moment ís het al vervuld, ís Elisabet zwanger.
Hoe zou Zacharias zich gevoeld hebben op dat moment? Ik zie de blijdschap en ongeloof zich afwisselen op zijn gezicht. Een strijd tussen willen geloven en het niet kunnen. Want, de tijd voor dit wonder was toch allang verstreken? Maar.. zou het dan toch? Heel misschien. Twijfel. Dit kan niet, maar God is machtig! Zacharias moet het zeker weten: ‘Hoe kan ik weten of dat waar is?’

Hoe herkenbaar. Een diep verlangen wat maar niet lijkt vervuld te worden. Wat een pijn kan dat doen. Het gevoel dat het je hart steeds verder verscheurd, in stukken op breekt. Langzaamaan dooft het geloof in je op vervulling, herstel, genezing. Het zal wel niet meer gebeuren. De tijd is voorbij. Dit komt niet goed. En je probeert zo goed en kwaad als je kan je er bij neer te leggen. Met pijn in je hart.
Hoe zou jij reageren als Gabriël verschijnt en je vertelt dat je hartsverlangen zal worden vervuld? Eerlijk gezegd zou ik hem volledig voor gek verklaren. Afvragen of dit misschien een foute grap is. Bestoken met vragen, waarom zo lang, waarom zoveel pijn, waarom, maar hoe dan…..  En ik zie Gabriël staan, wachtend tot ik uitgeraasd ben. En dan volgen zijn woorden die dwars door mijn hart gingen:

 

´Omdat je geen geloof hebt gehecht aan mijn woorden, die op de voorbestemde tijd in vervulling zullen gaan, zul je stom zijn en niet kunnen spreken tot de dag waarop dit alles gaat gebeuren.’

Bam. Ik word geconfronteerd met mijn ongeloof. Het besef daalt: God heeft zojuist tot mij

3e96e84a5442cda7a4989aa591d543dfgesproken en ik was veel te hard bezig met redenen te bedenken dat het niet zou kunnen en Hem aan te klagen over het waarom. Hij laat me uitrazen om me vervolgens tot stilte te manen. Om het wonder te kunnen vatten, te doorgronden. Om me niet af te laten leiden van de stemmen in mij en om mij heen. Stilte. Zodat ik weet dat Hij God is en dat voor Hem niets onmogelijk is.

Ik voel me ongemakkelijk. Stilte is niet mijn favoriet en ook niet iets waar ik goed in ben. Toch is dat waardoor ik tot rust kom in de liefdevolle armen van de Vader. Waardoor mijn geloof gevoed wordt. Het mij lukt om het wonder te verwachten. In stilte afwachtend, tot het moment dat ik het aan zal kunnen raken en één zal zijn

Eenheid

Eens zijn met elkaar, ik geloof dat dit nog nooit zo lastig is geweest als nu. Nu, in een wereld waarin we onwijs veel te kiezen hebben en de verschillen groot zijn.
In de kerk is het niet anders. Mensen hebben verschillende meningen over thema’s die spelen en soms lijkt het alsof we elkaar amper kunnen vinden. Genoeg slapeloze nachten, urenlange vergaderingen, ruzies, onbegrip, verdeeldheid. Wat is betekent eenheid dan nog en hoe word je één met elkaar?
Het was de post van mijn voorganger die mij daarover aan het denken zette. Ik moest denken aan een breuk, zo’n ding met een getal, een streepje en weer een getal. Het getal onder de streep noem je de deler of noemer. Ik geloof dat wij, christenen, dezelfde deler/noemer hebben, namelijk: Jezus Christus. Hij is ons fundament, daar waar wij op mogen staan en wat we met elkaar delen. Het getal boven de streep is de teller of deelgetal. Dat zijn wij, mensen, allemaal met een verschillend nummer, uniek. Maar als we dan naast elkaar gaan staan, met dezelfde deler, het bij elkaar optellen komen we altijd uit op een eenheid, één. Of laat ik zeggen: is de bedoeling. Maar het kan nog wel eens zo zijn dat de som groter is dan één, wat dan? Ik daag je uit om Johannes 3:30 te lezen.

WhatsApp Image 2017-11-19 at 14.22.12Lieve mensen, wat ik bedoel te zeggen, laat we kijken naar dat wat we gemeenschappelijk hebben: de deler en noemer. En of dat getal boven de streep nou 1, 2, 3 of 4 is, maakt dan niet uit. Samen mogen we één zijn, met één Heer.

Laat ons samen één zijn Heer, verenig uw kerk
door de kracht van de liefde.
Laat de wereld zien dat Jezus leeft, in ons werkt;
voor de glorie van uw naam.

Niemand is minder, niemand meer;
wij zijn gegeven aan elkaar
door Jezus Christus onze Heer,
die ons lief heeft en aanvaardt.
{Laat ons samen één zijn – Sela}